Met faalangst naar docentschap

Vroeger stond ik dikwijls bibberend, bevend en huilend voor de klas om een verhaal te vertellen. Van spreekbeurten over dinosauriërs tot presentaties over door mij geregisseerde films, allen gaven dezelfde lichamelijke reactie; mijn lichaam wilde vluchten. Ook als jongvolwassene vond ik het bij iets als een voorstelronde, moeilijk om mijn hoofd bij de woorden van mijn nieuwe klasgenoten te houden. Ik repeteerde liever voor mezelf wat ik zou gaan zeggen, zo bang was ik om af te gaan. Mijn benen trilden, de huid van mijn handen gloeiden, zweet vloeide rijkelijk tegen mijn T-shirt aan.

Iedere keer baalde ik weer van mezelf. Ik kon niet accepteren dat iets als presenteren gewoonweg niks voor mij was, laat staan regisseren als vers afgestudeerde filmmaker. Na wat gespeur op het internet viel het me op dat een docent alles heeft wat ik ook wilde hebben: spreken voor een groep, uitstralen van stabiliteit in een groep en mensen bijsturen. Met mijn liefde voor schrijven kwam ik snel uit bij Dactylus en de Docentenopleiding Creatief Schrijven.

Tijdens mijn studie aan de kunstacademie was me al duidelijk geworden dat ik maar weinig vertrouwen had in mezelf, mijn kunnen en hoe ik overkwam. Ik durfde anderen (acteurs, crew-leden, medestudenten) niet aan te sturen en als ik al iets zei, ging ik er niet van uit dat er geluisterd werd. Ik had het idee dat de wereld me zag als een aardworm – als een wezen dat niet boven de grond had moeten komen.

Dat wordt janken, dacht ik bij de inschrijving aan de docentenopleiding. Iedere les weer, onder de tafel, in foetushouding. De eerste dag had ik een pakje tissues in mijn tas gepropt, voor de zekerheid. Dat pakje is langzaam les na les ongebruikt naar de vergetelheid gezakt en ligt tot op vandaag op een stoffige bodem tussen paperclips en lege pennen.

Wat altijd mee had gespeeld in mijn faalangst, was dat ik dacht dat oudere mensen allemaal wisten waar zij mee bezig waren. Dit idee maakte me ten alle tijden inschikkelijk en angstig. Het zou zekerste weten worden doorzien dat ik geen idee had waar ik mee bezig was. Maar als de jongste in de opleiding leerde ik dat mijn oudere medestudenten net zo onzeker kunnen zijn en ook kunnen worstelen met het leven en indrukken van buitenaf. We stuntelden samen, jong en oud, de lessen door.

De genadeklap voor mijn faalangst waren twee korte zinnen in een lange tekst van feedback: ‘Neem jezelf serieus. Wij nemen jou heel serieus.’ Zo simpel was het blijkbaar. Het klinkt misschien gek, maar het was alsof er een lampje aanging. Ping! Inderdaad, ik mag mezelf weleens serieus gaan nemen na zesentwintig jaar op deze aarde te hebben rondgelopen. Ik mag gezien worden, ik mag gehoord worden – en ik mag dus ook gewoon afgaan. Poef. Genezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s